Lichtgevoeligheid van planten bepalen in een handondraai
Het groeipaspoort
- Kwantificeren van lichtbehoefte voor optimale groei
- Identificeren van de beperkende factor voor de fotosynthese, met name CO2 temperatuur en luchtvochtigheid
- Vertalen van fotosynthese naar verwachte opbrengst
- Suggesties voor verbeteringen
Licht is de drijvende kracht achter de fotosynthese, de motor voor de groei en ontwikkeling van planten. Inzichten in de regulering van de fotosynthese worden daarom ingepast in de moderne bedrijfsvoering van de teelt. Als de lichtintensiteit in de kas geregeld zou kunnen worden ontstaat er ruimte voor het ontwerp van een nieuw kas waarin alle omgevingsfactoren gereguleerd en kosten-effectief geoptimaliseerd kunnen worden.
Meestal groeien planten onder omgevingscondities die sterk wisselen. Ook voor kasgewassen geldt dat de omgevingscondities niet constant zijn. Lichtintensiteit, CO2 concentratie, luchtvochtigheid en in mindere mate de temperatuur kunnen sterk wisselen in een kas. Voor optimale plantengroei moeten de planten in staat zijn zich snel aan te passen aan hun nieuwe omstandigheden. Planten met een hoge fotosynthese capaciteit kunnen een hoge groeisnelheid realiseren maar hebben een lagere efficiëntie bij lage lichtintensiteiten. De maximale fotosynthese wordt bij extreme zonplanten pas bereikt bij 1800 mmol PAR, ongeveer 100.000 lux (daglicht). Bij extreme schaduwplanten is de verzadigende lichtintensiteit ongeveer 100 mmol PAR ofwel 5500 lux (daglicht). Er zijn binnen de plant echter ook grote verschillen. De maximale fotosynthesecapaciteit wordt bij jonge bladeren pas bereikt nadat het blad 70% volgroeid is. Bij schaduwplanten wordt dit pas gerealiseerd als het blad helemaal volgroeid is. Bladeren kunnen zich aanpassen aan veranderingen in de lichtintensiteit. Daardoor is er ook een differentiatie in het gewas. De onderste bladeren zijn schaduwbladeren, de bovenste bladeren zijn meer aan licht aangepast.

